Aankomst
Vertrek

Historie Hotel de OORSPRONG


Hotel De Oorsprong heeft voor het een hotel werd, verschillende functies gehad. Haar geschiedenis gaat terug naar de 19de eeuw, het jaar 1885. Twee families, Van Eysinga en Vegelin van Claerbergen, zagen met lede ogen aan dat het Friese Paard met uitsterven werd bedreigd.

In overleg met de heer L. Broekema, toenmalig directeur van de Landbouwschool in Wageningen, werd een fokprogramma opgezet om het ras voor de toekomst te behouden, maar ook de basis gelegd voor een moderne wijze van stalling met veel licht en lucht.

Dat leidde in 1885 tot de bouw van "de OORSPRONG" voor een bedrag van fl 20.653, in die tijd een heel kapitaal. Het hoofdgebouw had in het midden een stalling voor de koetsen (de huidige entree en de receptie) en aan weerszijden een woning als vakantieverblijf voor beide eigenaren (de huidige koetszaal en het restaurant).

Aan beide kanten werd een 25 meter lange vleugel aangebouwd, met daarin de stallen en de stalmeesterswoning. De oostelijke vleugel is nu nog in in authentieke staat en in gebruik. 

In de hoogtijdagen van de stoeterij (1890-1910) stonden er meer dan 60 paarden, waaronder Friese paarden maar ook Oldenburgers en paarden van "gekruist ras". Dat de stoeterij succesvol was bleek ook uit het prijzengeld in deze periode, waarin de Friese paarden als harddravers op diverse wedstrijden uitkwamen. Tussen 1894 en 1905 werd op die manier ruim fl 11.000 gewonnen.

In 1906 hield Vegilin van Claerbergen de stoeterij voor gezien waarna  Van Eysinga de stoeterij tot zijn dood in 1930 alleen voortzette.

De bekendste hengsten van de Oorsprong waren Regent (32) en diens zoon Alva 113 (preferent).

Regent (geboren 1883) werd als succesvolle draver in 1893 aangekocht en stond ter dekking voor honderden merries. Van Eysinga beschouwde Alva als het hoogtepunt van de fokkerij. De zeer sierlijke hengst overleed in 1915, waarna van Eysinga in het register van de stoeterij verzuchtte : "hiermede is van de stoeterij de kroon afgenomen".

In totaal hebben er 172 Friese paarden gestaan, 61 Oldenburgers en 88 paarden van andere rassen.

De naam "de OORSPRONG" gaat eveneens terug tot 1885, waarin de beide oprichters voorzagen dat voor de (verre) toekomst hier de oorsprong van het Friese Paard werd gelegd.